Back To Top
Gebruikswaarde en meetwaarde

ZEISS producten

Het bekijken waard: ZEISS brillenglazen, coatings en diagnose-instrumenten

Productportfolio

Contact voor opticiens

Contact voor opticiens

Bent u geïnteresseerd in een partnerschap met ZEISS of bent u al klant bij ZEISS en hebt u vragen?

Neem contact op met ons

Topics

  • i.Profiler
  • DuraVision Platinum
  • i.Demo
  • i.Terminal 2
  • Officelens brillenglazen
  • Multifocale brillenglazen
  • i.Scription
  • Unifocale brillenglazen
  • Behandelingen
  • Coatings

Gebruikswaarde en meetwaarde

Wat is de meetwaarde?
De meetwaarde is de sterkte in het doorkijkpunt van een brillenglas. Deze wordt gemeten met de focometer volgens een omschreven meetprocedure.

Wat is de gebruikswaarde?
De gebruikswaarde is de sterkte in het doorkijkpunt van een brillenglas zoals die wordt ervaren door de drager in een duidelijk omschreven gebruikssituatie. Bij het berekenen van een brillenglas wordt ernaar gestreefd dat de gebruikswaarde van het brillenglas overeenstemt met de vastgestelde refractiewaarden.

1. Het verschil

Het verschil

Het verschil tussen de equivalente sterkte F en de vertexsterkte F'v

Waarom wordt er onderscheid gemaakt tussen meet- en gebruikswaarde?

De meetwaarde voor nabij verschilt bij bifocale, trifocale en multifocale glazen van ZEISS om twee redenen van de gebruikswaarde:

  • vanwege de verschillende vormgeving van het refractieglas en het brillenglas
  • vanwege de verschillende stralengang bij de meting in de focometer en tijdens gebruik van het brillenglas

2. Het refractieglas

Het refractieglas

naar boven: Refractieglas (TL)
onder: Brillenglas (SL)

Het verschil in vormgeving van refractieglas en brillenglas

Een refractieglas (TL) heeft - bij dezelfde sterkte - een geringere middendikte dan het uiteindelijke brillenglas (SL). Zoals op de afbeelding te zien is, bevinden de hoofdvlakken zich bij het brillenglas dichter bij de convexe zijde dan bij het refractieglas het geval is. Dit leidt tot verschillende brandpuntsafstanden aan de beeldzijde (f’TL < f’SL ), de snijpuntsafstanden aan de beeldzijde zijn echter even groot (f’v TL = f’v SL ). Omdat de omgekeerde brandpuntsafstand f' overeenkomt met de brekingswaarde F en de omgekeerde snijpuntsafstand f’v overeenkomt met de topsterkte F’v hebben refractieglas en brillenglas verschillende brekingswaarden F, maar dezelfde top­ sterktes F’v.


3. Correctiewaarde voor nabij

Correctiewaarde voor nabij

Wanneer er op de vereiste leesafstand door de lens wordt gekeken (hier + 5,25 dpt) heeft de drager een scherp beeld, het beeld O' bevindt zich op het netvlies

Als een voorwerp bij een leesafstand van 40 cm door een refractieglas met F’v = + 5.00 dpt scherp op het netvlies wordt afgebeeld, dan wordt hetzelfde voorwerp door een brillenglas met dezelfde sterkte bij dezelfde HSA (hoornvliesafstand) achter het netvlies afgebeeld. Het brillenglas is voor de gebruiker te zwak.
Om ervoor te zorgen dat het brillenglas voor het zien op korte afstand dezelfde werking heeft als het refractieglas bij de oogmeting, wordt de noodzakelijke correctiewaarde toegevoegd. Het brillenglas heeft dan een hogere positieve sterkte. In het bovengenoemde voorbeeld zou een brillenglas van F’v = + 5.25 dpt nodig zijn.

Voor bifocale, trifocale en multifocale glazen van ZEISS wordt de correctiewaarde berekend voor een genormeerde gebruikssituatie en wordt deze automatisch opgenomen in het glas.
Er wordt geen correctiewaarde toegevoegd voor monofocale leesglazen. In plaats daarvan moet daarmee rekening worden gehouden door de opticien tijdens refractie.

Verschillende omstandigheden voor nabijzicht...

Omstandigheden tijdens refractie
De klant heeft scherp zicht op de vereiste leesafstand wanneer hij/zij door het refractieglas kijkt (hier + 5,0 dpt); beeld O' ontstaat op het netvlies.

Correctiewaarde voor nabij


Twee gevallen met brillenglazen zonder rekening te houden met de gebruikswaarde

Zonder de correctiewaarde is het zicht van de klant onscherp wanneer hij/zij door het glas kijkt (hier +5,00 dpt) op de vereiste leesafstand; het beeld O' ontstaat achter het netvlies.


Correctiewaarde voor nabij

 


Zonder de correctiewaarde moet de drager de leesafstand vergroten om scherp te kunnen zien (sterkte hier + 5,00 dpt); het beeld O' ontstaat op het netvlies.

Correctiewaarde voor nabij


Dit is natuurlijk niet de bedoeling van het refractieproces. De sterkte moet daarom worden gecorrigeerd voor de brildrager.

Verdere informatieVerdere informatie
SluitenSluiten

4. Stralengang

Stralengang

Stralengang tijdens meting: de belangrijkste straal valt loodrecht op het achteroppervlak van het glas

Stralengang bij de meting

De sterkte van een brillenglas is altijd afhankelijk van de stralengang waarvoor het wordt vastgesteld. Vooral bij bifocale, trifocale en multifocale glazen verschilt de stralengang voor gebruik bij het zien op korte afstand aanzienlijk van de stralengang voor de meetwaarde. Daarom wordt in de focometer een andere waarde vastgesteld (gemeten) dan de waarde die voor het oog van de brildrager werkzaam is.

In de focometer wordt de sterkte F’v met behulp van een parallelle lichtbundel vastgesteld. De focometer meet zodoende de snijpuntsafstand van de beeldzijde voor een oneindig ver voorwerp. Het opzetstukje van de meter fixeert het brillenglas zodanig dat de hoofdstraal van de gemeten bundel het brillenglas onder een hoek van 90° verlaat.

In de gebruikssituatie bij het zien op korte afstand is er sprake van een andere stralengang: Stralengang tijdens gebruik.

Stralengang tijdens gebruik

Stralengang tijdens gebruik

Stralengang tijdens gebruik: de hoofdstraal staat niet loodrecht op de holle kant van het glasoppervlak

In de gebruikssituatie bij het zien op korte afstand is er sprake van een andere stralengang:
van het dichtbij gelegen voorwerp gaat een divergente stralenbundel uit. Prismatische bijwerkingen in het nabij doorkijkpunt van het brillenglas veroorzaken bij het kijken op korte afstand een afbuiging van de centraal afbeeldende hoofdstralen, zodat de hoofdstraal niet loodrecht op de holle kant van het glasoppervlak staat. Voor het oog werkt niet dezelfde waarde als bij de meting in de focometer. Brillenglazen van Carl Zeiss worden zo vervaardigd dat de bestelde waarde voor het oog werkzaam is. De in de focometer gemeten waarde wordt op het brillenglaszakje vermeld.

Als gevolg van de schuine stralenbundel ontstaan bij het zien op korte afstand extra astigmatische afwijkingen die gecorrigeerd moeten worden. Bij de berekening van alle bifocale, trifocale en multifocale glazen van ZEISS wordt eveneens met deze correctiewaarde rekening gehouden.

Verdere informatieVerdere informatie
SluitenSluiten

5. Voordelen voor de gebruiker

Voordelen voor de gebruiker

Voordelen van ZEISS brillenglazen die op het gebruik zijn afgestemd

De nabij-meetwaarde van alle meervoudige glazen van ZEISS bestaat uit de volgende correcties:

  • er wordt rekening gehouden met de verschillende vormgeving van het refractieglas en het brillenglas
  • er wordt rekening gehouden met de verschillende  stralengang bij de meting in de focometer en in het gebruik
  • correctie van het  astigmatisme van scheve bundels bij het zien op korte afstand


Doordat met alle correctiewaarden rekening wordt gehouden, ervaart de brildrager in de gebruikssituatie precies die werking die hij bij refractie als optimaal heeft ervaren. Alle bifocale, trifocale en multifocale glazen van ZEISS zijn zodoende geoptimaliseerd voor werkelijk gebruik.

Verdere informatieVerdere informatie
SluitenSluiten

6. Gebruikssituatie

Gebruikssituatie

De genormeerde gebruikssituatie

De gebruikswaarde voor nabij wordt voor een genormeerde gebruikssituatie aangegeven. De meetwaarden van de brillenglazen van ZEISS zijn voor addities tot + 2,50 voor een afstand van 380 mm berekend. Voor addities vanaf + 2,75 wordt de werkafstand kleiner, zodat een van de additie afhankelijke berekening noodzakelijk wordt (objectafstand [mm] = 1000/add).

7. Brillenglaszakje

Brillenglaszakje

Op de brillenglaszakjes van de bifocale, trifocale en multifocale glazen van ZEISS worden zowel de gebruikswaarde (= bestelwaarde) als de meetwaarde aangegeven.
De aangegeven meetwaarde voor nabij dient slechts voor de controle in de focometer. Als bij het nameten van bifocale, trifocale en multifocale glazen in de focometer deze meetwaarde het resultaat is, dan zijn voor het oog van de brildrager de bestelde nabijwaarden voor de genormeerde gebruikssituatie werkzaam.
Vermelding van de meetwaarden geschiedt aan de hand van de beide hoofdrichtingen en de asrichting van de eerste hoofdrichting.

Voorbeeld hoe meet- en gebruikswaarde op het brillenglaszakje worden aangegeven


Gebruikswaarde Sfeer Cil As Add
  + 4.00 + 2.00 180 + 3.00
Meetwaarde 1e hoofdrichting 2e hoofdrichting As  
Verte + 4.00 + 6.00 180  
Nabij + 7.26 + 9.40 1  
Verdere informatieVerdere informatie
SluitenSluiten

8. Meetmethode

Hoe worden meervoudige glazen van ZEISS nagemeten?

Nameten van de verte sterkte met de concave meetmethode

Hoe worden ZEISS meervoudige glazen nagemeten?

Om de veraf- en nabijwaarde van de bifocale bifocale, trifocale en multifocale glazen te bepalen, wordt de meetprocedure aan de concave zijde toegepast door hem op het opzetstukje van de focometer te leggen. De aangegeven meetwaarden kunnen in het veraf- en nabij doorkijkpunt direct worden gecontroleerd.

Metingsmethoden voor meervoudige glazen

Nameten van de additie met de concave metingsmethode

Metingsmethoden voor meervoudige glazen

Meting bij multifocale glazen
De meetwaarde in het veraf-doorkijkpunt wordt boven het verte-centreerkruis binnen de halve cirkel (meetcirkel verte) gemeten.
In de onderste nabij-meetcirkel kan de meetwaarde voor nabij worden gecontroleerd.

Meting bij bifocale- en trifocale glazen
De meting van de sterkte in het veraf- en nabij-doorkijkpunt wordt op dezelfde wijze gemeten als bij monofocale glazen. De meetwaarde voor nabij wordt in het nabij-doorkijkpunt gemeten, dat 5 mm onder de scheidingslijn (punt T van de rand van het leesdeel) ligt bij bifocale glazen.

Verdere informatieVerdere informatie
SluitenSluiten

9. Meetwaarde voor de verte

Voor de vertesterkte van een brillenglas is een onderscheid tussen meet- en gebruikswaarde niet noodzakelijk. De geometrie van refractieglas en brillenglas is weliswaar verschillend, het weergegeven beeld voor veraf is echter hetzelfde: een veraf gelegen objectpunt wordt ondanks een verschillende positie van de hoofdvlakken altijd in het verafpunt MR van het oog afgebeeld. Het brillenglas heeft zodoende voor het gebruik de juiste sterkte. Meet- en gebruiksstralengang zijn bij benadering gelijk. De sterkte van het brillenglas komt bij het gebruik op grotere afstand overeen met de sterkte die in de focometer wordt vastgesteld.

De geringe verschillen zijn in de regel voor de praktijk van geen betekenis. Pas bij zeer hoge sterktes is het ook voor grotere afstand zinvol met correctiewaarden rekening te houden.

 

10. Brillenglazen met prisma

Brillenglazen met prisma

Glas met prisma tijdens meting in de focometer

Ook bij de brillenglazen met prisma van ZEISS wordt onderscheid gemaakt tussen meet- en gebruikswaarde. Enerzijds op grond van de verschillende geometrie van het prismatische refractieglas en het brillenglas met prisma, anderzijds op grond van de verschillende stralengang bij de meting in de focometer en bij het gebruik van het brillenglas met prisma.

Brillenglazen met prisma

Brillenglas met prisma tijdens gebruik

Bij prismatische voorschriften zou het prisma in geen geval door decentratie tot stand mogen komen omdat de afbeeldingskwaliteit ten opzichte van brillenglazen die met prisma warden besteld aanmerkelijk slechter is.

Verdere informatieVerdere informatie
SluitenSluiten
 

Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door websites op uw computer opgeslagen worden. Cookies worden veelvuldig gebruikt en helpen webpagina's met een geoptimaliseerde weergave en het verbeteren daarvan. Door gebruik te maken van onze webpagina's gaat u daarmee akkoord. meer

OK